Michael de Albuquerque's We May Be Cattle But We've All Got Names is een opmerkelijk jazz-rock fusie album dat oorspronkelijk werd uitgebracht in 1973. De Albuquerque, die bekend stond als bassist van de Electric Light Orchestra tussen 1972 en 1974, creëerde met dit soloalbum een tijdloos meesterwerk dat de grenzen tussen blues, jazz en rock verkent. Het album onderscheidt zich door zijn ingewikkelde arrangementen en virtuoze uitvoeringen. De Albuquerque verzamelde voor de opnames een indrukwekkend gezelschap van toplieden uit de Engelse sessiemuziekscene. Bijzonder prominent is het gitaarwerk van Ollie Halsall van de band Patto, wiens verbluffende solo's en herkenbare toon het album naar grote hoogten tillen. Andere gerenommeerde musici zoals Frank Ricotti, BJ Cole en Gerry Conway droegen bij aan het rijke klankenpalet. De opnames vonden plaats in Trident Studios in Londen, waarbij opvallend genoeg veel eerste takes werden gebruikt. Dit geeft het album een spontane en authentieke energie. Het resultaat is een progressieve plaat die primair muzikanten aanspreekt, maar tegelijkertijd toegankelijk genoeg blijft voor een breed publiek. De vreugde en het vakmanschap dat de musici tijdens de sessies ervoeren, is duidelijk hoorbaar in het eindproduct. In 2024 verscheen een langverwachte heruitgave op CD via het label Think Like A Key, geremasterd door Prof. Stoned, waarmee dit vergeten juweeltje opnieuw de aandacht kreeg die het verdient.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon, Amazon Marketplace.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: