Een baanbrekende verkenning van hoe vrouwenkunstenaars in de jaren zeventig kunst en protest combineerden om seksuele geweld bloot te leggen en zo een nieuwe vorm van kunst te creëren. Auteur Nancy Princenthal, bekroond voor haar werk, brengt een samenhangende geschiedenis van performance naar voren en daagt ons uit om de relatie tussen kunst en activisme te herdefiniëren zodat lessen uit dat turbulente tijd vandaag nog bruikbaar zijn.
Inhoud
In dit boek onderzoekt Nancy Princenthal hoe vrouwenkunstenaars uit de jaren zeventig kunst en protest samenbrachten om seksuele geweldpleging zichtbaar te maken. Door middel van performances, verontschuldigende statussen en activistische betrokkenheid veranderden ze de kunstwereld en stelden ze een nieuwe vorm van kunst voor. Het werk verwijst naar invloedrijke figuren zoals Yoko Ono, Ana Mendieta, Marina Abramović, Adrian Piper, Suzanne Lacy, Nancy Spero en Jenny Holzer, en bekijkt hoe hun ervaringen en de klimatologische strijd voor vrouwenrechten bijdroegen aan een breder dialoog over kunst en maatschappelijk engagement. Princenthal weeft een nieuw verhaal samen dat de relatie tussen kunst en activisme heroverweegt en de lessen uit die periode toepasbaar maakt op hedendaagse vraagstukken in kunst en activisme. Het boek werd op 24 oktober 2019 uitgebracht bij Thames & Hudson en draagt bij aan een hernieuwde kijk op performances als een discipline die activisme en kunstvoering met elkaar verbindt.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: