Tegen de terreur
Uitgelicht
|
20,25 |
Naar shop
|
|
22,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
Na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 kwam er een einde aan een periode van 25 jaar van oorlog en chaos in Europa. De bevolking verlangde naar rust en stabiliteit, en de behoefte aan veiligheid werd een dringende prioriteit. In deze context werd een nieuwe Europese Verdedigingsgemeenschap opgericht, een voorloper van de huidige NAVO, waarbij de hertog van Wellington een centrale rol vervulde. Hij werd omringd door een divers team van officieren, juristen, spionnen en veiligheidsexperts, die gezamenlijk de uitdaging aangingen om de Europese veiligheid te waarborgen.
De samenwerking binnen deze gemeenschap leidde tot de invoering van verschillende nieuwe instrumenten die bedoeld waren om de veiligheid te verbeteren. Enkele van deze innovaties omvatten paspoorten, optische telegrafen en gezamenlijke grenscontroles. Bovendien werd er snel gereageerd op dreigingen door signalementen van voortvluchtige 'terroristes' en 'assassijnen' effectief te verspreiden. Ondanks de sterke focus op veiligheid, kwamen deze maatregelen met een hoge prijs. De landen moesten internationale leningen aangaan en Frankrijk werd gedwongen herstelbetalingen te voldoen om de stabiliteit te waarborgen.
De vraag rijst echter: was de terreur daadwerkelijk bezworen door deze maatregelen? En legden deze initiatieven de basis voor het hedendaagse veiligheidsbestel? In haar boek onderzoekt Beatrice de Graaf deze vroege gezamenlijke Europese strijd tegen terreur gedetailleerd en op basis van nog niet eerder onderzochte bronnen. Ze biedt een fascinerende reconstructie van hoe landen samenwerkten om hun inwoners te beschermen en een netwerk van veiligheid op te bouwen.
Beatrice de Graaf (1976) is hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar expertise ligt in de geschiedenis van terrorisme, oorlog en geweld, met bijzondere aandacht voor de strijd tegen deze fenomenen. Ze heeft eerder verschillende invloedrijke werken gepubliceerd, waaronder "Gevaarlijke vrouwen", "Theater van de angst" en "Terrorists on Trial". Haar werk is niet alleen academisch van aard; ze treedt regelmatig op als expert op het gebied van terrorisme en werd onderscheiden met de Stevinpremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland, in 2018.
Dit boek biedt niet alleen een diepgaand inzicht in de geschiedenis van de Europese veiligheidsstructuren, maar roept ook belangrijke vragen op over de effectiviteit van dergelijke systemen in het hedendaagse Europa.
Na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 kwam er een einde aan een periode van 25 jaar van oorlog en chaos in Europa. De bevolking verlangde naar rust en stabiliteit, en de behoefte aan veiligheid werd een dringende prioriteit. In deze context werd een nieuwe Europese Verdedigingsgemeenschap opgericht, een voorloper van de huidige NAVO, waarbij de hertog van Wellington een centrale rol vervulde. Hij werd omringd door een divers team van officieren, juristen, spionnen en veiligheidsexperts, die gezamenlijk de uitdaging aangingen om de Europese veiligheid te waarborgen.
De samenwerking binnen deze gemeenschap leidde tot de invoering van verschillende nieuwe instrumenten die bedoeld waren om de veiligheid te verbeteren. Enkele van deze innovaties omvatten paspoorten, optische telegrafen en gezamenlijke grenscontroles. Bovendien werd er snel gereageerd op dreigingen door signalementen van voortvluchtige 'terroristes' en 'assassijnen' effectief te verspreiden. Ondanks de sterke focus op veiligheid, kwamen deze maatregelen met een hoge prijs. De landen moesten internationale leningen aangaan en Frankrijk werd gedwongen herstelbetalingen te voldoen om de stabiliteit te waarborgen.
De vraag rijst echter: was de terreur daadwerkelijk bezworen door deze maatregelen? En legden deze initiatieven de basis voor het hedendaagse veiligheidsbestel? In haar boek onderzoekt Beatrice de Graaf deze vroege gezamenlijke Europese strijd tegen terreur gedetailleerd en op basis van nog niet eerder onderzochte bronnen. Ze biedt een fascinerende reconstructie van hoe landen samenwerkten om hun inwoners te beschermen en een netwerk van veiligheid op te bouwen.
Beatrice de Graaf (1976) is hoogleraar Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Haar expertise ligt in de geschiedenis van terrorisme, oorlog en geweld, met bijzondere aandacht voor de strijd tegen deze fenomenen. Ze heeft eerder verschillende invloedrijke werken gepubliceerd, waaronder "Gevaarlijke vrouwen", "Theater van de angst" en "Terrorists on Trial". Haar werk is niet alleen academisch van aard; ze treedt regelmatig op als expert op het gebied van terrorisme en werd onderscheiden met de Stevinpremie, de hoogste wetenschappelijke onderscheiding in Nederland, in 2018.
Dit boek biedt niet alleen een diepgaand inzicht in de geschiedenis van de Europese veiligheidsstructuren, maar roept ook belangrijke vragen op over de effectiviteit van dergelijke systemen in het hedendaagse Europa.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: