Portret van de kolonisator & gekoloniseerde
Uitgelicht
|
22,05 |
Naar shop
|
|
24,50 |
Naar shop
|
Beschrijving
Dit klassieke werk onderzoekt hoe kolonialisme materiële drijfveren en psychologische effecten samensmelt in een samenleving die twee figuren met een gedeeld lot creëert: de kolonisator en de gekoloniseerde. Memmi beschrijft hoe de kolonisator zijn afkomst, waarden en verdiensten als superieur ziet, waardoor de gekoloniseerde zichzelf verliest en voortdurend gespiegeld blijft aan zijn onderdrukker. De essays leiden tot de conclusie dat nationale onafhankelijkheid de dodendans tussen beide partijen kan stoppen. Het boek uit 1957 werd in diverse kringen herkend in verband met de onafhankelijkheidsbewegingen, en kreeg later uitbreidingen en vertalingen. De pers en intellectuelen reageerden op de thema’s in de context van Franse kolonies en daarbuiten. Het werk is onderdeel van de Octavo basisserie en heeft bijgedragen aan de discussie over koloniaal beleid en identiteit. Memmi werd geboren in Tunis en werkte aan filosofie en kritiek in Algiers, Parijs en Tunis, met belangrijke connecties aan de gebeurtenissen voorafgaand aan Tunesias onafhankelijkheid in 1956. In de Nederlandse uitgave verschijnt het werk met een nawoord door de vertaler, en het bevat een voorwoord van Sartre.
Inhoudelijke focus
Twee portretten van de kolonisator en de gekoloniseerde vormen de kern van Memmi’s analyse. Het onderzoekt hoe een samenleving die onderdrukt wordt tot psychologische gevolgen leidt: vervreemding, zelfbeeld en spiegeling aan de ander. Het werk toont de mechanismes van overheersing en de zoektocht naar identiteit onder kolonisatie, en besluit dat onafhankelijkheid een mogelijke oplossing kan zijn.
Publicatiegegevens
- Twee portretten van kolonisator en gekoloniseerde
- Psychologische effecten van kolonisatie onderzocht
- Voorwoord door Jean-Paul Sartre
- Uitgave in 1957 met brede weerklank
- Deel van Octavo basisserie
- Vertaling door Esha Guy Hadjadj
Dit klassieke werk onderzoekt hoe kolonialisme materiële drijfveren en psychologische effecten samensmelt in een samenleving die twee figuren met een gedeeld lot creëert: de kolonisator en de gekoloniseerde. Memmi beschrijft hoe de kolonisator zijn afkomst, waarden en verdiensten als superieur ziet, waardoor de gekoloniseerde zichzelf verliest en voortdurend gespiegeld blijft aan zijn onderdrukker. De essays leiden tot de conclusie dat nationale onafhankelijkheid de dodendans tussen beide partijen kan stoppen. Het boek uit 1957 werd in diverse kringen herkend in verband met de onafhankelijkheidsbewegingen, en kreeg later uitbreidingen en vertalingen. De pers en intellectuelen reageerden op de thema’s in de context van Franse kolonies en daarbuiten. Het werk is onderdeel van de Octavo basisserie en heeft bijgedragen aan de discussie over koloniaal beleid en identiteit. Memmi werd geboren in Tunis en werkte aan filosofie en kritiek in Algiers, Parijs en Tunis, met belangrijke connecties aan de gebeurtenissen voorafgaand aan Tunesias onafhankelijkheid in 1956. In de Nederlandse uitgave verschijnt het werk met een nawoord door de vertaler, en het bevat een voorwoord van Sartre.
Inhoudelijke focus
Twee portretten van de kolonisator en de gekoloniseerde vormen de kern van Memmi’s analyse. Het onderzoekt hoe een samenleving die onderdrukt wordt tot psychologische gevolgen leidt: vervreemding, zelfbeeld en spiegeling aan de ander. Het werk toont de mechanismes van overheersing en de zoektocht naar identiteit onder kolonisatie, en besluit dat onafhankelijkheid een mogelijke oplossing kan zijn.
Publicatiegegevens
- Twee portretten van kolonisator en gekoloniseerde
- Psychologische effecten van kolonisatie onderzocht
- Voorwoord door Jean-Paul Sartre
- Uitgave in 1957 met brede weerklank
- Deel van Octavo basisserie
- Vertaling door Esha Guy Hadjadj
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: