Ontsporing van geweld
Uitgelicht
|
33,29 |
Naar shop
|
|
36,99 |
Naar shop
|
Beschrijving
J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix dienden tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) samen op Java. Geschokt door de gewelddadige praktijken van hun legeronderdeel, besloten zij een onderzoek te starten naar de ontsporingen van geweld die zij waarnamen. Na hun terugkeer in Nederland hielden ze het onderzoek aanvankelijk voor zich, overtuigd dat hun bevindingen niet in goede aarde zouden vallen. Men dacht destijds dat het verleden 'voorbij' was en dat de tijd van reflectie nog niet was aangebroken.
De Nederlandse Reflectie op Militaire Acties
Pas in 1969, twintig jaar na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, begon Nederland opnieuw na te denken over het militaire ingrijpen in Indonesië. Oud-stoottroeper Hueting sprak openhartig over 'oorlogsmisdaden' waaraan hij zelf had deelgenomen. Deze onthullingen leidden tot een oproep vanuit de Tweede Kamer voor een grondig onderzoek. De toenmalige regering-De Jong bracht de Excessennota uit, wat een katalysator vormde voor Van Doorn en Hendrix om hun eerder verzamelde documenten opnieuw te bekijken en uit te werken.
Oorsprong en Publicatie
In 1970 verscheen hun uitgave "Ontsporing van geweld", waarin ze hun bevindingen over het Nederlands-Indonesisch conflict voor het eerst publiceerden. Deze sociologische studie, die voortkwam uit een combinatie van veldobservaties van Hendrix en de sociologische analyse van Van Doorn, biedt een unieke blik op de gewelddadige wijze waarop Nederland het Indonesische vraagstuk trachtte op te lossen.
Inhoud en Bijdrage aan de Geschiedenis
"Ontsporing van geweld" behandelt niet alleen de directe effecten van de militaire acties, maar ook de bredere sociaal-maatschappelijke implicaties van de dekolonisatieoorlog. De auteurs hebben de situatie vanuit een binnenuit-perspectief bestudeerd, wat zorgt voor een authentiek inzicht in de complexe dynamiek van het conflict. De publicatie is daarmee niet alleen van historisch belang, maar biedt ook een sociologisch kader voor het begrijpen van geweld in koloniale contexten.
De studie van Van Doorn en Hendrix blijft relevant in hedendaagse discussies over oorlog, geweld en de ethiek van militaire acties en vormt een cruciaal onderdeel van de Nederlandse geschiedschrijving met betrekking tot de dekolonisatieperiode.
J.A.A. van Doorn en W.J. Hendrix dienden tijdens de Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949) samen op Java. Geschokt door de gewelddadige praktijken van hun legeronderdeel, besloten zij een onderzoek te starten naar de ontsporingen van geweld die zij waarnamen. Na hun terugkeer in Nederland hielden ze het onderzoek aanvankelijk voor zich, overtuigd dat hun bevindingen niet in goede aarde zouden vallen. Men dacht destijds dat het verleden 'voorbij' was en dat de tijd van reflectie nog niet was aangebroken.
De Nederlandse Reflectie op Militaire Acties
Pas in 1969, twintig jaar na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië, begon Nederland opnieuw na te denken over het militaire ingrijpen in Indonesië. Oud-stoottroeper Hueting sprak openhartig over 'oorlogsmisdaden' waaraan hij zelf had deelgenomen. Deze onthullingen leidden tot een oproep vanuit de Tweede Kamer voor een grondig onderzoek. De toenmalige regering-De Jong bracht de Excessennota uit, wat een katalysator vormde voor Van Doorn en Hendrix om hun eerder verzamelde documenten opnieuw te bekijken en uit te werken.
Oorsprong en Publicatie
In 1970 verscheen hun uitgave "Ontsporing van geweld", waarin ze hun bevindingen over het Nederlands-Indonesisch conflict voor het eerst publiceerden. Deze sociologische studie, die voortkwam uit een combinatie van veldobservaties van Hendrix en de sociologische analyse van Van Doorn, biedt een unieke blik op de gewelddadige wijze waarop Nederland het Indonesische vraagstuk trachtte op te lossen.
Inhoud en Bijdrage aan de Geschiedenis
"Ontsporing van geweld" behandelt niet alleen de directe effecten van de militaire acties, maar ook de bredere sociaal-maatschappelijke implicaties van de dekolonisatieoorlog. De auteurs hebben de situatie vanuit een binnenuit-perspectief bestudeerd, wat zorgt voor een authentiek inzicht in de complexe dynamiek van het conflict. De publicatie is daarmee niet alleen van historisch belang, maar biedt ook een sociologisch kader voor het begrijpen van geweld in koloniale contexten.
De studie van Van Doorn en Hendrix blijft relevant in hedendaagse discussies over oorlog, geweld en de ethiek van militaire acties en vormt een cruciaal onderdeel van de Nederlandse geschiedschrijving met betrekking tot de dekolonisatieperiode.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: