Het rijk geïllustreerde standaardwerk biedt een diepgaande kijk op een van de belangrijkste kunstenaarsgroepen in naoorlogs Nederland, de Nieuwe Haagse School. Het boek bestrijkt de periode 1945–1975 en toont een grote diversiteit: van subtiele figuratie tot radicale expressie, en van ingetogen tot luid en schel. “Bovenal vrij” was niet alleen een motto maar een levenshouding die de Haagse kunstwereld en haar bestuurders diep beïnvloedde. Een centraal uitgangspunt is dat karakter door het werk spreekt en dat er geen dogma’s zijn; elke kunstenaar bepaalt zijn eigen toon, binnen de rijke context van de Haagse beeldende kunst.
Het werk biedt naast een levendig overzicht van Haagse kunstenaarsgroepen—Equipe, Verve, De Nieuwe Ploeg, Posthoorngroep, Atol, Fugare, ODIS en Haagse aquarellisten—ook biografieën van forenzen en gevestigde namen. Makers zoals Paul Citroen, Lotti van der Gaag en Piet Ouborg, maar ook vele anderen komen aan bod, waardoor lezers een kleurrijk en volledig beeld krijgen van de periode en haar belangrijkste stemmen.
Het boek combineert beeldmateriaal met biografische achtergrond en biedt daarmee zowel een overzicht als een rijker inzicht in de persoonlijke motivaties en verwezenlijkingen van de kunstenaars.
Kenmerken
- Rijk geïllustreerd standaardwerk over de Haagse kunst na WOII
- Periode: 1945–1975
- Overzicht van Haagse groepen: Equipe, Verve, De Nieuwe Ploeg
- Ook Posthoorngroep, Atol, Fugare, ODIS en aquarellisten
- Biografieën van Paul Citroen, Lotti van der Gaag, Piet Ouborg
- Veel ingezette diversiteit: figuratie tot radicale expressie
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: