Het boek behandelt het idee van laïcité als een radicaal filosofisch principe: de mogelijkheid voor iedereen om vrijelijk de rede te gebruiken in alle aspecten van het bestaan. Deze emancipatie, die gunstig is voor elke burger—geloofwaardig of ongelovig—wordt vandaag bedreigd door een offensieve heropleving van een clericalistische militantisme dat tegen de laïcité gekeerd is. Zou het vrije gebruik van het verstand, zoals de filosofen van de Verlichting het droomden, nog tijd hebben? Het basisprincipe waarop de laïcité rust, namelijk de vrijheid van geweten die tegelijk burgerlijke verantwoordelijkheid en religieuze vrijheid vormt, verdient een genuanceerde benadering in plaats van de karikaturen die er soms van gemaakt worden. Het werk belicht de kritische tegenstelling tussen emancipatie en dogmatisme en plaatst de vrijheid van geweten centraal in de discussie over maatschappelijke verdraagzaamheid en onafhankelijk denken.
Beschrijving
Het boek heeft als kernvraag de vrijheid van het verstand en het recht op een vrije rede in alle facetten van het bestaan. De auteur gaat in op de spanning tussen emanciperende verlichtingsgedachte en de hedendaagse bedreigingen door clericaal activisme, en onderzoekt hoe de vrijheid van geweten burgers relationeel en politiek vorm geeft in een plurale samenleving.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: