Op Valentijnsdag 1989 kreeg Salman Rushdie te horen dat hij ter dood veroordeeld was door de ayatollah Khomeini. Voor het eerst hoorde hij het woord fatwa en zag hij hoe zijn leven veranderde: hij moest onderduiken, regelmatig verhuizen, beschermd worden door de politie en niet onder zijn eigen naam kunnen leven. Hij nam de voornamen van twee favoriete schrijvers als alias: Conrad en Tsjechov verwezen naar Joseph Anton. Dit boek vertelt zijn verhaal over de dreiging, de writer’s block onder spanning, de liefde en de vriendschappen, en de strijd voor de vrijheid van meningsuiting achter een schuilnaam. Een eerlijk, spannend en soms grappig relaas dat laat zien hoe een schrijver door extremisme en dampende politiek achtervolgd wordt, en hoe hij toch blijft schrijven.
Over het boek
Joseph Anton vertelt het verhaal van Rushdie’s strijd voor de vrijheid van meningsuiting en hoe hij leeft met een dreiging die zijn dagelijkse leven bepaalt. Het beschrijft wie zijn vrienden en vijanden zijn onder uitgevers, journalisten, schrijvers en politici, en wie er uiteindelijk vertrouwen houdt of ontbreekt. Het boek schetst hoe hij schrijft en liefheeft onder extreme druk, en hoe wanhoop invloed heeft op zijn werk en op de relaties om hem heen.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: