Dit boek discussieert dat rijkdom niet opzint maar middel is tot het ‘goede leven’. Het tracéert het idee van Aristoteles tot in het huidige tijdperk en toont aan hoe ver het moderne leven daarvan afwijkt. Er wordt verweer gevoerd tegen de opvatting dat er één maat voor menselijke vooruitgang bestaat, of het nu gaat om BBP of ‘geluk’, en in plaats daarvan worden zeven elementen uiteengezet die volgens de auteurs het goede leven vormen, samen met het beleid dat die elementen kan realiseren. Het werk herontdekt de rol van rijkdom en welvaart in relatie tot menselijke doelen en belicht de afwegingen tussen theorie en praktijk die hiervoor nodig zijn.
Inhoud
Robert Skidelsky is emeritus professor politieke economie aan de Universiteit van Warwick en Edward Skidelsky doceert filosofie aan de Universiteit van Exeter. Het boek bespreekt waarom Keynes’ voorspelling uit 1930 dat inkomen zou blijven stijgen en basisbehoeften steeds zouden worden voldaan, mogelijkerwijs verkeerd was. Het onderzoekt hoe rijkdom weliswaar een middel is tot het goede leven, maar geen enkelvoudige maatstaf voor vooruitgang toont, en presenteert zeven elementen die volgens de auteurs het goede leven vormen, naast beleidsvoorstellen die deze elementen kunnen realiseren.
Het werk benadrukt dat rijkdom niet het einddoel is en gaat in op de uiteenlopende opvattingen over wat menselijke vooruitgang werkelijk inhoudt, met voorbeelden en argumenten die teruggrijpen op Aristoteles en hedendaagse debatten. Daarnaast wordt de relatie tussen economische theorie en filosofische waarden belicht, gekoppeld aan een overzicht van de bijdragen van de auteurs aan het debat.
De publicatie gaat over Robert Skidelsky, als auteur van dit werk, en Edward Skidelsky, als mede-auteur, met verwijzingen naar hun academische achtergronden en eerdere publicaties. Het boek werd uitgebracht in 2013 door Penguin Group en telt 245 pagina’s in de paperbackuitgave.
Prijshistorie
* Prijshistorie bevat geen data van Amazon.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: