Na eerdere essays verschenen bij uitgeverij Pegasus als bijboekjes naast vertalingen van Dostojevski en Tolstoi, wendt Hans Boland zich nu tot Anton Tsjechov, de derde grote prozaïst van de Russische negentiende eeuw. In een hartstochtelijk maar nuchter en soms humoristisch pleidooi presenteert hij esthetisch-taalkundige kanttekeningen bij De dertig beste verhalen en geeft hij tegelijk een heldere kijk op het Nederlands van Tsjechov. Boland rijgt misverstanden rond vertaalkunst, vooroordelen over de Nederlandse taal en mystificaties omtrent de Russische ziel aaneen en laat zien hoe achter Tsjechov te zien en te voelen is door zijn werk heen. Deze uitgave verschijnt als bijboekje bij De dertig beste verhalen van Tsjechov (Athenaeum).
Achtergrond en aanpak
Hans Boland is bekend als vertaler met een reputatie als meester van interpretaties. Zijn vertalingen van Tolstoj, Dostojevski, Poesjkin en Lermontov worden alom geroemd. In deze publicatie behandelt hij Tsjechov met een combinatie van esthetische en taalkundige observaties en een kritische kijk op vertaalpraktijk en taalgebruik in het Nederlands.
Kenmerken
- Bijboekje bij een nieuwe vertaling van Tsjechov.
- Inhoud draait om vertaalkunsten en percepties van de Russische ziel.
- Tonen van enthousiasme, maar ook nuchter en humoristisch geluid.
- Richt zich op misverstanden en mystificaties rond vertaalwerk.
- Uitgave gedateerd 23/03/2021.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: