Het inkomen van de koning
Uitgelicht
|
46,75
32,50 |
Naar shop
|
|
42,08 |
Naar shop
|
Beschrijving
Rond 1965 stegen de kosten voor het koninklijk huis zodanig dat de toelage die koningin Juliana van het Rijk ontving niet meer volstond. Dit leidde ertoe dat zij zelfs in haar eigen vermogen moest te teren. Om deze onwenselijke situatie op te lossen, diende de regering een wetsontwerp in dat voorzag in een aanzienlijke verhoging van de toelage voor de koningin. Deze maatregel stuitte echter op verzet, vooral omdat de economische omstandigheden verslechterden en de Nederlandse burgers gedwongen werden om de broekriem aan te halen. Daarnaast verschenen er in de media berichten dat koningin Juliana mogelijk 'de rijkste vrouw ter wereld' was, wat de publieke opinie verder tegen de verhoging keerde.
Verlangen naar Transparantie
De volksvertegenwoordiging vroeg meer inzage in de uitgaven voor het koningschap. Er was ook een groeiende roep vanuit linkse politieke kringen om ervoor te zorgen dat de koningin 'gewoon' belasting ging betalen, net als elke andere burger. Deze vragen en bezorgdheden vormden de achtergrond waartegen de uitdagingen voor het koninklijk huis moesten worden aangepakt.
Aanpak van het Kabinet-De Jong
In dit boek wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van hoe het kabinet-De Jong (1967-1971) een nieuwe regeling ontwierp. Dit plan had als doel zowel de koninklijke financiën op orde te brengen als tegemoet te komen aan de wens van de volksvertegenwoordiging om meer transparantie te waarborgen. De regeling die toen werd opgezet, is in grote lijnen nog steeds van toepassing en heeft bijgedragen aan een betere verantwoording met betrekking tot de financiële huishouding van het koninklijk huis.
Auteurs en Onderzoek
De auteurs van dit boek, Carla van Baalen, Paul Bovend'Eert en Alexander van Kessel, zijn verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast zijn Mark van Twist en Nancy Chin-A-Fat verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag. Het onderzoek dat aan de basis van dit boek ligt, is uitgevoerd in opdracht van de minister-president en de minister van Algemene Zaken, wat de relevantie en de diepgang van de besproken onderwerpen onderstreept.
Dit boek biedt niet alleen inzicht in de historische context van de koninklijke financiën, maar ook in de bredere maatschappelijke en politieke vragen die aan de orde waren. Het is een belangrijke bijdrage aan het begrip van de relatie tussen het koninklijk huis en de Nederlandse samenleving.
Rond 1965 stegen de kosten voor het koninklijk huis zodanig dat de toelage die koningin Juliana van het Rijk ontving niet meer volstond. Dit leidde ertoe dat zij zelfs in haar eigen vermogen moest te teren. Om deze onwenselijke situatie op te lossen, diende de regering een wetsontwerp in dat voorzag in een aanzienlijke verhoging van de toelage voor de koningin. Deze maatregel stuitte echter op verzet, vooral omdat de economische omstandigheden verslechterden en de Nederlandse burgers gedwongen werden om de broekriem aan te halen. Daarnaast verschenen er in de media berichten dat koningin Juliana mogelijk 'de rijkste vrouw ter wereld' was, wat de publieke opinie verder tegen de verhoging keerde.
Verlangen naar Transparantie
De volksvertegenwoordiging vroeg meer inzage in de uitgaven voor het koningschap. Er was ook een groeiende roep vanuit linkse politieke kringen om ervoor te zorgen dat de koningin 'gewoon' belasting ging betalen, net als elke andere burger. Deze vragen en bezorgdheden vormden de achtergrond waartegen de uitdagingen voor het koninklijk huis moesten worden aangepakt.
Aanpak van het Kabinet-De Jong
In dit boek wordt een gedetailleerde beschrijving gegeven van hoe het kabinet-De Jong (1967-1971) een nieuwe regeling ontwierp. Dit plan had als doel zowel de koninklijke financiën op orde te brengen als tegemoet te komen aan de wens van de volksvertegenwoordiging om meer transparantie te waarborgen. De regeling die toen werd opgezet, is in grote lijnen nog steeds van toepassing en heeft bijgedragen aan een betere verantwoording met betrekking tot de financiële huishouding van het koninklijk huis.
Auteurs en Onderzoek
De auteurs van dit boek, Carla van Baalen, Paul Bovend'Eert en Alexander van Kessel, zijn verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Daarnaast zijn Mark van Twist en Nancy Chin-A-Fat verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag. Het onderzoek dat aan de basis van dit boek ligt, is uitgevoerd in opdracht van de minister-president en de minister van Algemene Zaken, wat de relevantie en de diepgang van de besproken onderwerpen onderstreept.
Dit boek biedt niet alleen inzicht in de historische context van de koninklijke financiën, maar ook in de bredere maatschappelijke en politieke vragen die aan de orde waren. Het is een belangrijke bijdrage aan het begrip van de relatie tussen het koninklijk huis en de Nederlandse samenleving.
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: