De handhaving van arbeidsrecht in grensoverschrijdende werk situaties krijgt steeds meer aandacht op EU- en lidstaatniveau. De EU-uitbreidingen in 2004 en 2007, samen met de aanzienlijke loonkloof tussen EU-lidstaten, hebben de uitoefening van het vrije verkeer van werknemers en de detachering van werknemers bevorderd. Deze ontwikkelingen hebben de bewustwording vergroot dat handhaving van arbeidsrecht cruciaal is en een hoge prioriteit moet krijgen op de agenda van de EU en de lidstaten.
Dit boek onderzoekt een belangrijke vraag: op welke manieren en in welke mate beïnvloeden EU-regels en EU-rechtspraak de methoden van Nederland, Duitsland en Zweden om arbeidsrecht te monitoren en handhaven in transnationale situaties? Het onderzoek richt zich op arbeidsrecht in termen van minimumnormen voor lonen, minimumvakantiegeld en minimumvakantietoeslagen. Verder wordt een sectorale benadering gehanteerd door de bouw- en de uitzendsector als voorbeelden te nemen, wat inzicht geeft in de handhavingsstrategieën van sociale partners.
Het boek benadrukt dat er geen rol is voor EU-instellingen om de rechten van werknemers op lidstaatniveau te handhaven. Lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor de handhaving van de rechten die buitenlandse werknemers ontlenen aan EU-recht. Op lidstaatniveau kunnen drie handhavingsmethoden worden onderscheiden:
- De gerechtelijke methode (civiele of arbeidsrechtelijke rechtbank)
- De methodiek van de sociale partners (industrie-relaties)
- De administratieve handhaving (arbeidsinspecteurs)
Het Europese Hof van Justitie (EHJ) heeft juridische vereisten vastgesteld (de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid) die dienen als minimumeisen voor de handhavingsmethoden van lidstaten. EU-regels bieden bovendien enige richtlijnen voor de interpretatie van deze methoden, zoals de in april/mei 2014 aangenomen Richtlijn ter handhaving van detachering en de Richtlijn voor Unie-arbeiders.
Hoewel dit 'vloer'-niveau in principe eenvoudig te behalen lijkt, ontstaan er problemen in het kader van de detachering van werknemers, een vorm van werkmobiliteit die is gebaseerd op de vrijheid om diensten te verlenen. Het recht van de werkgever om grensoverschrijdende diensten te verlenen vormt een plafond voor de mogelijkheden van lidstaten om de rechten van gedetacheerde werknemers adequaat te monitoren en te handhaven.
Dit boek biedt een diepgaand overzicht van hoe Duitsland, Nederland en Zweden de rechten van mobiele werknemers monitoren en handhaven, door de drie beschikbare handhavingsmethoden in deze landen te beschrijven. Het onderzoek toont aan dat handhaving van arbeidsrecht alleen effectief is als al deze drie handhavingsmethoden worden ingezet. Er is geen uniforme handhavingsmethode die in alle lidstaten toegepast kan worden. Dit boek biedt waardevolle informatie voor academici, praktijkprofessionals en beleidsmakers, zowel op EU-niveau als op het niveau van de lidstaten.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: