Na de capitulatie van Duitsland in mei 1945 duikt Oliver Hilmes in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog. Het boek volgt de maanden na de overgave, waarin vrijheid opduikt maar nieuwe conflicten ontstaan. Aan de hand van bekende figuren en onbekende burgers onderzoekt Hilmes hoe het leven verder ging: de Grote Drie op de conferentie van Potsdam, een Berlijnse huisvrouw die zich zorgen maakt om haar zoon, een Amerikaanse soldaat die Nazi-misdaden opspoort, en een regisseur die aan een komedie werkt terwijl de stad herbouwt. Het resultaat is een samenspel van politiek en cultuurgeschiedenis, met verhalen die van Berlijn tot Tokio, van München tot Parijs en van Bayreuth tot Moskou reizen. Het werk schetst hoe Duitsers wereldwijd na de oorlog verder zijn gegaan en biedt een indringend beeld van gewone dagelijkse levens naast grote gebeurtenissen.
Inhoud
Het boek beslaat ruim twintig hoofdstukken en verkent de situatie van gevluchte Duitsers in de VS, evenals de ontberingen in verwoest Berlijn. Het behandelt zowel bekende persoonlijkheden als onbekende burgers en laat zien hoe mensen omgaan met de vraag of alle Duitsers Nazi’s waren en hoe men verder leeft na een verschrikking als Auschwitz.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: