Deze beschrijving brengt een kort maar krachtig literaire schets samen rond een man die onder een boom staat, dicht bij de rand van het bos. Hij kijkt naar boven en ziet de takken in de wind bewegen alsof ze met elkaar praten. Hij vraagt of ze aan het spreken zijn en de bomen mompelen, daarna knikken ze bevestigend. Het verhaal wordt aangevuld met een slotwoord van Joost Oomen. Verder wordt de context rond de auteur en publicatie kort samengevat: Albert Alberts (1911-1995) werkte als ambtenaar en was politiek redacteur van De Groene Amsterdammer. In 1952 debuteerde hij onder de schrijversnaam A. Alberts met de verhalenbundel De eilanden en volgde een jaar later de korte roman De bomen. Ook wordt melding gemaakt van de betrokkenheid van Joost Oomen als schrijver van het slotwoord. De teksten bieden een beknopte schets van een literair werk met een duidelijke natuur- en mens-specifieke verwantschap.”
Inhoud
Een man staat onder een boom dicht bij de rand van het bos. Hij observeert de bovenkant van de bomen die in de wind bewegen en lijkt te horen dat ze met elkaar praten. Hij vraagt of ze praten, de bomen mompelen en knikken uiteindelijk. Het verhaal bevat een slotwoord van Joost Oomen en vormt zo een korte literaire schets met aandacht voor verhouding tussen mens en natuur.
Over de auteur en uitgave
Albert Alberts (1911-1995) was werkzaam als ambtenaar in onder andere voormalig Nederlands-Indië en politiek redacteur van De Groene Amsterdammer. In 1952 debuteerde hij onder de schrijversnaam A. Alberts met de verhalenbundel De eilanden; een jaar later volgde de korte roman De bomen. Joost Oomen leverde een slotwoord bij deze uitgave.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: