Een poëziebundel waarin Annelies Verbeke het grensgebied tussen verdriet en vreugde verkennen laat. In deze volgorde komen thema’s zoals het onrecht te herziet, het verstrijken van wat niet meer hersteld kan worden en tegelijk de hoop op wat blijft en vernieuwt samen naar voren. De gedichten volgen Nisaba, een terugkerend personage dat naam gaf aan de Soemerische godin van het schrijven, maar in deze bundel is haar menselijkheid voelbaar door de pijn en de ruis van het bestaan. De toon slingert tussen licht en ernst, met beelden die van levendig en kleurrijk naar mysterieus en donker verspringen. Daardoor beweegt de taal zich moeiteloos tussen droom en werkelijkheid en laat ze een levendige, nieuwe stem klinken. De bundel nodigt uit tot nabijheid met personages en landschappen die tegelijk dichtbij en vreemd aanvoelen, en laat de lezer achter met een gevoel van ontlading en vertrouwdheid.
Tussen deze gedichten door ontvouwen zich ook bredere beelden en scènes waarin Verbeke lef toont: hallucinante verbeelding, bij vlagen episch vertelwerk en scherpe observatie van taal en menselijk gedrag. De combinatie van intieme gevoeligheid en literaire durf maakt de bundel zowel intrigerend als meeslepend, en bevestigt Verbekes actuele stem in de Nederlandse literatuur.
Kenmerken
- Bundel met gedichten over Nisaba, Soemerische schrijfgodin.
- Verdriet en vreugde tegelijk aanwezig, verbeeld in charmolypi.
- Beeldspraak: scherp, kleurrijk, mysterieus en donker.
- Leefwereldlijk grensgebied tussen droom en werkelijkheid.
- Nieuwe, levendige stem van Annelies Verbeke.
- Lof voor lef, vakmanschap en helder narratief.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: