Dit boek van Didier Decoin is een autobiografische vertelling over een man die zich niet in een huis wilt onderbrengen maar door een huis wordt gegrepen. Als kind bracht hij vakanties door in La Hague, in het noordelijke Cotentin, en raakte hij er verliefd op de streek. Het verhaal volgt zijn lange zoektocht naar een woning, de onvermijdelijke avonturen van verbouwingen, de stormen, zijn tuin, de kleine gelukjes van de buurt en de voedingsrijke dingen die het Normandische land aan de kust biedt. Het werk verweeft herinneringen aan zijn familie en jeugd met een liefdevolle, soms humoristische, soms ontroerende toon. Het is een autobiografisch liefdesverhaal dat bovendien de literaire diepte van schrijvers als Chateaubriand, Colette, Mauriac, Giono en Rousseau trancheert via hun verbonden plek met hun oeuvre. Het boek is uitgebracht als pocketeditie en laat een moderne sfeer van menselijke relaties en pereveringen van een leven in beweging zien.
Inhoud
Didier Decoin vertelt hoe een huis zijn leven raakt: herinneringen aan La Hague en Cotentin, een zoektocht naar een woning, avonturen van werken en verbouwingen, de stormen, zijn tuin, de buren en de voeding uit het land. Het werk mengt kinder- en familieherinneringen met emotie, tederheid en humor en biedt zo een beeld van een leven dat door een plek gevormd wordt. Het is gekoppeld aan de biografie van de auteur en aan de literatuur die de besproken plaatsen belichaamt.
Prijshistorie
Prijzen voor het laatst bijgewerkt op: